Marleen de Waal nieuwe voorzitter AIAR

Met veel plezier delen wij dat Marleen de Waal is gestart als voorzitter van het Amsterdam Institute for Addiction Research (AIAR). In deze rol geeft zij richting aan de inhoudelijke koers en verdere ontwikkeling van het wetenschappelijk onderzoek binnen Jellinek, in nauwe samenwerking met het Amsterdam UMC en diverse nationale en internationale universiteiten en kennisinstellingen. Naast haar voorzitterschap blijft Marleen parttime werkzaam als GZ-psycholoog bij het Sinai Centrum in Amersfoort.

Marleen is al ruim 7 jaar werkzaam als senior onderzoeker & GZ-psycholoog. In haar rol als senior onderzoeker begeleidde zij diverse onderzoeksprojecten. Zo was ze onder andere projectleider van het TOPA-onderzoek, een grote klinische trial naar de effectiviteit van PTSS-behandeling bij mensen met een verslaving. Haar kracht ligt in het vertalen van klinische vragen naar robuust wetenschappelijk onderzoek en het terugbrengen van die kennis naar de behandelpraktijk.

Ambities
Marleen wil voortbouwen op het belangrijke werk dat prof. Anneke Goudriaan de afgelopen twaalf jaar heeft verricht binnen het AIAR. Haar ambitie is om deze stevige basis verder te versterken door bruggen te blijven bouwen tussen innovatieve onderzoeksmethoden en de klinische praktijk. Daarbij stimuleert zij kwalitatief hoogwaardig onderzoek dat zowel internationale wetenschappelijke impact heeft als bijdraagt aan behandelrichtlijnen en de dagelijkse zorgpraktijk.

Verbinden, verdiepen en versterken
De rol van voorzitter past haar persoonlijk en professioneel. Zij haalt veel voldoening uit de methodologische kant van onderzoek: het ontwikkelen van onderzoeksdesigns, het analyseren van data en het begeleiden van junior onderzoekers. Juist omdat dit plaatsvindt in een context waarin onderzoek direct bijdraagt aan betere verslavingszorg, ervaart zij deze rol als bijzonder betekenisvol.

Toekomstbeeld voor collega’s en cliënten
Voor collega’s wil Marleen dat de werkplaats een plek is waar onderzoekers zich inhoudelijk en persoonlijk kunnen ontwikkelen en waar samenwerking en onderzoeksplezier centraal staan. Tegelijk wil ze behandelaars blijven enthousiasmeren voor de toegevoegde waarde van wetenschappelijk onderzoek voor hun vak.